Fred_ObalaFred Obala van ICUganda Service Centre is onze man voor de projecten van de Green Valley Nursery and Primary Orphanage Centre & School (GVOS). Hieronder leest u zijn eigen verhaal. Wat hij er niet bij vertelt is dat hij naast de zorg voor zijn eigen kind acht zusjes en broertjes in zijn huis heeft opgenomen om hen een betere toekomst te geven. Een bijzonder verhaal van een toegewijde jonge man.

“Ik ben geboren op 22 juni 1982 als lid van de Langi stam. Luo is mijn moedertaal en Engels mijn tweede taal is. Ik ben de oudste in een polygaam gezin met veertien kinderen van drie verschillende moeders en één vader. Mijn vader is de leider van de Olarokwon parochie en mijn ouderlijk huis staat in het dorp Acoke in het Lira district in Noord Oeganda.

Waar ik opgroeide

Ik groeide op in het meest landelijke deel van Noord Oeganda waar de dichtstbijzijnde school op acht kilometer afstand lag en het dichtstbijzijnde ziekenhuis op 70 kilometer. Ik houd van mijn cultuur omdat we veel feesten bezoeken en de thampiano dans doen. Tijdens de schoolvakanties bezochten we mijn grootouders en zij vertelden verhalen over hoe zij in het verleden overleefden, over dieren en nog veel meer.

Ontvoerd door de rebellen

Ik ben eens ontvoerd door het Lords Resistance Army (LRA), de rebellengroep in Noord Oeganda. Zij trainden me om als rebel te vechten tegen de regering en de gemeenschap. Het was een afschuwelijke periode in mijn leven maar ik ben erin geslaagd te overleven en mijn studie weer op te pakken terwijl ik herstelde van dit trauma. Ik had het gevoel dat ik niet beschermd werd en belandde daarom in het oerwoud. Ik heb er nooit met ambtenaren of liefdadigheidsorganisaties over gesproken omdat door de oorlog op dat moment nog niet veel NGO's naar het gebied kwamen. Ik was de lijfwacht van een rebellenofficier die doodgeschoten werd in een gevecht tussen het LRA en het regeringsleger. Op dat moment kon ik ontsnappen omdat de rebellenorganisatie ontregeld was. Moord, mishandeling en drugsmisbruik zijn de dagelijkse activiteiten voor de rebellen in het oerwoud.

School

Ik ging naar school in 1990, en in 1995 brachten mijn ouders me naar Karamoja voor een periode van 3 jaar om mijn basisschool af te maken. Ik moest daar leven met mensen die niet gewend zijn kleren te dragen; het waren krijgers zoals de Masaï in Kenia. Karamoja wordt als een van de meest afgelegen gebieden van Afrika beschouwd, een echte cultuurshock.
Later ging ik naar 'high school' en vervolgens naar 'college' waar ik in 2005 mijn diploma's Marketing en Business Management haalde. Op dit moment probeer ik uit eigen middelen mijn universiteitsstudie te betalen. In 2011 hoop ik af te studeren op Project Planning en Management. Ik hoop mijn land hiermee op het hoogst mogelijke niveau te kunnen dienen.

Oprichting van een gemeenschapsproject

Toen ik terug kwam uit het LRA waren de meesten van mijn familieleden vermoord. Mijn ouders zaten in een vluchtelingenkamp tot 2006, er was geen eten, geen studiemogelijkheden, geen onderdak, geen gezondheidszorg en het was schokkend voor mij om te ervaren hoe moeilijk het is voor een voormalig kindsoldaat om zijn talenten en waarden te herontdekken.
Sommigen die terugkwamen ontdekten dat hun ouders waren vermoord. Anderen stonden erbij toen het gebeurde. Daarom heb ik in 2004 de “Acoke Rural Development Initiatives (ARDI-UGANDA)” opgericht als een herstelcentrum voor jongeren in het Lira district in Noord Oeganda. Het project richt zich op hulp aan jonge mensen die in het LRA hebben gediend om hun mogelijkheden te herontdekken en weer te leren hoe ze moeten overleven in onze maatschappij. We willen een proactieve rol spelen bij het bepalen van onze eigen toekomst en niet meer afhankelijk zijn van hulp. Via het Nabuur netwerk kregen we gebruikte Nederlandse computers en in het project geven we nu computertraining aan de jongeren.

We hebben van de ICUganda een rijstmolen gekregen en we ontwikkelen nog meer plannen voor de wederopbouw. Ik raakte betrokken bij een aantal activiteiten en volgde meerdere opleidingen. Uiteindelijk heb ik tussen 2005 en 2007 meer dan 25 projecten geleid in verschillende delen van Oeganda. Dit was een geweldige ervaring.

Werken voor de Astrid Uganda Foundation

Ik werk als projectmanager bij International Contact Uganda (ICU), dat als NGO Service Centre in Kampala gevestigd is. De hoofdopdracht van de Astrid Uganda Foundation is de Green Valley Orphanage School in Bwera. Onze taak is om alle activiteiten te monitoren en de contacten tussen GVOS en de Astrid Uganda Foundation te onderhouden en te reguleren. Wij zijn de ogen van de stichting in Oeganda en het is onze rol/taak om de principes van de Astrid Uganda Foundation te bewaken en te implementeren. Toen mijn baas Sander van Zanten mij ervoor vroeg beschouwde ik het als een enorme uitdaging om van dit project een succes te maken. De cultuur en de manier om dingen te doen is in Kasese totaal anders dan hoe de Nederlanders daarover denken. Wij moesten hierin een evenwicht zoeken.

In tegenstelling tot veel van de andere projecten waarbij ik betrokken ben geweest, richt de Astrid Uganda Foundation zich precies op de lokale gemeenschap in die zin dat management, beheer, eigenaarschap, deelneming en duurzaamheid rechtstreeks in handen van de gemeenschap zijn. Dit is erg stimulerend en aantrekkelijk voor de Oegandezen zelf omdat zij direct deel uitmaken van alle veranderingen binnen hun gemeenschap.
De Astrid Uganda Foundation biedt de gemeenschap ruimte hun eigen theorieën te ontwikkelen en hun weg te zoeken bij het oplossen van hun problemen. Dit is gemeenschapsontwikkeling in plaats van noodhulp.

Fred_Obala_and_wife_Margaret_siteHet duurzaamheidconcept wordt door de Astrid Uganda Foundation enorm gepromoot en dat komt precies overeen met mijn eigen manier van denken. Interessant is om te zien hoe open de stichting communiceert naar de gemeenschap over de noodzaak dat zij zelf het heft in handen neemt om vanaf dag één hun eigen project te ontwikkelen en te verduurzamen. Het is erg motiverend om te werken met het team achter deze stichting, wetend hoe zij zich hebben ontwikkeld sinds de moeilijke periode rond het overlijden van Astrid en dat juist dat feit ze heeft geïnspireerd om deze missie tot een goed einde te brengen. Naast uitvoerend bezig zijn voor de stichting worden mijn ideeën en mening altijd geïntegreerd in het project. Dat stimuleert me en geeft de waarde aan die ik heb voor het project. Dit zou nooit mogelijk zijn geweest als ik voor een grote NGO zou hebben gewerkt. Als meer NGO's zouden accepteren dat Afrikanen het voortouw nemen bij het implementeren van ideeën die juist op hen betrekking hebben, dan zou een heleboel donorgeld meer succes hebben opgeleverd dan nu het geval is.

Mijn droom

Het is mijn droom om nog langer te mogen werken voor een zo op de gemeenschap georiënteerde stichting als deze en dat ik me daardoor tot een groot leider zal kunnen ontwikkelen. Ik hoop dat ik over twintig jaar in staat ben een bijdrage te kunnen leveren aan veranderingen in Oeganda die een land moeten opleveren dat in staat is zichzelf te onderhouden door de lokale bevolking te versterken, en niet alleen de investeerders en politici. “Een dapper man bepaalt zijn eigen geluk” en dat wil ik graag realiseren.

Cultuur

Ik heb op persoonlijk en cultureel gebied veel dingen in mijn leven kunnen aanpassen. Ik probeer iedereen hetzelfde en met waardigheid te behandelen. Ik wil een rol spelen bij het veranderen van de mentaliteit van mijn gemeenschap, zodat ze een blanke niet meer zien als een pinautomaat maar als een mens die succes nastreeft. Zeven jaren werken met Nederlanders heeft me in een situatie gebracht waarin ik mijn manieren, houding en verwachtingspatronen in evenwicht heb. Ik zou graag een boek schrijven, “My Dutch time”. Ik heb geleerd dat het onafhankelijkheidsniveau hoog is als je met Nederlanders werkt. Mijn bazen vertellen me niet vaak wat ik moet doen en hoe, maar ze verwachten veel van me.”